Klein gebak

Tompouce

Dit recept vind je in mijn receptenboek deel 2.

 

Amandel schuitjes (9 stuks)

Deeg:
90 gram Dovesfarm zelfrijzend bakmeel *
60 gram basterdsuiker
5 gram vanillesuiker
1 theelepel fiberhusk
Snufje zout
Snufje kaneel
45 gram roomboter, in kleine stukjes
15-20 gram melk
Siliconen bakvorm Barchetta van www.bakvormen.com
(of neem een muffinvorm, voor 6 stuks)  

Vulling:
150 gram amandelspijs
½ ei, los geklopt
60 gram crème fraîche

Garnering:
(aardbeien)jam of verse aardbeien/ vruchtjes naar smaak
Slagroom, geklopt

Meng, voor het deeg, alle droge ingrediënten goed door elkaar.
Voeg de roomboter en 15 gram melk toe en meng met kneedhaken van de mixer tot het deeg samen klontert.
Kneed met je handen tot een soepele deegbal, voeg bij ander meel zo nodig nog iets melk toe.
Verpak het in plasticfolie en laat het deeg ca. 20 minuten rusten in de koelkast.

Meng, voor de vulling, het (halve) ei en de crème fraîche goed door de amandelspijs.
Verwarm de oven voor tot 175 graden.

Verdeel de deegbal in 9 stukjes van ca. 24 gram en rol elk deel tot een balletje (weeg de deegbal en deel door 9 of door 6 voor muffinvorm).
Druk in elk vormpje een deegballetje uit tot de wanden ook met deeg bedekt zijn.
Verdeel de amandelspijs over de vormpjes.
Bak de schuitjes, in het midden van de oven, in 25 minuten goudbruin.
Zet de bakvorm op een rooster en laat ze afkoelen tot lauw, haal ze voorzichtig uit de vormpjes en laat ze verder afkoelen op een rooster.
Garneer ze met een schepje jam of vruchtjes/verse aardbeien en schep er wat slagroom op.
Zonder garnering zijn ze ook heerlijk en zeker 4 dagen houdbaar in een afgesloten trommel.

*Of 90 gram schär C of dovesfarm witte bloem + ¼ theelepel bakpoeder
Of 45 gram boekweitmeel + 45 gram rijstmeel + ¼ theelepel bakpoeder
 
 
 
Mini-appeltaartjes

Maak het deeg als bij de amandel-schuitjes

Neem 75 gram amandelspijs (ipv 150 gram)
1 flinke appel, geschild en in kleine stukjes
1 eetlepel (riet)suiker
1 theelepeltje kaneel
siliconen muffinvorm

Verdeel het deeg in 6 stukken (wegen!).
Druk 1 stuk uit tot een rondje, dit gaat heel goed tussen 2 lagen plastic huishoudfolie.
Bekleed er een muffinvormpjes mee, doe het zelfde met de andere deeg stukjes.
Verdeel het amandelspijs over de vormpjes.
Meng de appelstukjes met de suiker en het kaneel.
Verdeel de appelstukjes over de vormpjes, laat het bol staan want de appel slinkt bij het bakken.
Bak de taartjes 30 minuten op 175 graden in het midden van de oven.
Laat ze, in de vorm, afkoelen op een rooster.
Druk ze daarna voorzichtig uit de vormpjes.

Tip: Heb je geen siliconenvorm, vet dan een metalen muffinvorm in en bekleed met bakpapier.
Je kunt de taartjes er dan makkelijk uit tillen.

Zandtaart gebakjes (8 stuks)

Deeg:
100 gram dovesfarm witte bloem
100 gram rijstmeel
100 gram (riet)suiker
1 theelepel fiberhusk
100 gram koude harde boter
40 gram ei, losgeklopt
(1 zakje vanille suiker = 8 gram)

Vulling:
250 ml slagroom
125 ml melk
1 pakje Saroma van dr. Oetker
24 aardbeien, gehalveerd (of ander fruit)
beetje poedersuiker
60 gram abrikozenjam
1 theelepel water

125 ml slagroom

8 ronde zandtaart bakvormpjes* van ca. 10 cm. doorsnede
(of 1 grote van ca. 24 cm doorsnede, bak die een paar minuten langer) 
Oven voorverwarmen tot 175 graden

Weeg alle droge ingrediënten in een kom en roer ze goed door elkaar.
Klop het ei los en weeg het bij het meelmengsel.
Weeg de boter er bij het snij die met een mes in kleine stukjes door het meel.
Mix met kneedhaken tot het deeg samen klontert.
Kneed er met je handen snel een mooie soepele deegbal van.
Vet de vormpjes in en bestuif ze met bloem/rijstmeel.
Verdeel de deegbal in 8 stukken (weeg de deegbal en deel door 8).
Kneed één deel even door en druk het uit in een vormpje.
Doe dit met elk stukje deeg.
Zet de vormpjes 10 minuten in de vriezer om op te stijven.
Prik met een vork een paar gaatjes in de bodem.
Bak de taartbodempjes ca. 12-15 minuten in de oven tot ze goudbruin van kleur zijn.
Kijk na 7-8 minuten of ze toch niet rijzen, duw ze anders weer mooi in vorm. 
Laat ze op een rooster helemaal afkoelen.
Tik ze voorzichtig uit de vormpjes.

Vulling:
Giet de (250 ml) slagroom, de melk en de saroma in een maatbeker.
Mix ca. 3 minuten tot het stijf is en zet minimaal 15 minuten afgedekt in de koelkast.
Klop de (125 ml) slagroom stijf met een halve/hele eetlepel poedersuiker.

Verwarm de abrikozenjam tot het dun is maar laat het niet koken, zeef het en roer er een theelepel water door heen. 

Schep op elk taartbodempje een flinke eetlepel gele room en verdeel het met de achterkant van de lepel.
Schik 6 halve aardbeien op de room en bestrijk met de jam, schep of spuit er een toef slagroom op.

     

*Er zijn verschillende vormpjes te koop, de bodempjes op de foto hierboven worden na het bakken omgedraaid en daarna gevuld.
Heb je vormpjes met een platte bodem maak dan een opstaand randje van het deeg zodat je een bakje krijgt.
Bij "Dille en Kamille" hebben ze vormpjes met een losse bodem die erg handig zijn.

De ongevulde bodempjes zijn zeker een week houdbaar in een goed afgesloten trommel.


Mergpijpen (18 stuks)

Biscuit:
250 gram ei (ca 5 stuks, M maat)
125 gram witte basterdsuiker
75 gram rijstmeel
40 gram ketanmeel
35 gram tapiocameel
 
Crème:
¼ pakje vanille kloppudding
65 gram slagroom
35 gram melk
125 gram roomboter (kamertemperatuur)
30 gram poedersuiker
1 theelepel vanille extract
 
700 gram marsepein
400 gram pure chocolade
Ca 4-5 eetlepels frambozenjam (zonder pitjes)
Beetje poedersuiker
 
Vierkante bakvorm van ca 25 x 25 cm
1 vel pakpapier
 
Leg de eieren een kwartiertje in heet water.
 
Vet de vorm licht in en bekleedt de vorm met het bakpapier, knip een strook zo breed als de vorm en bekleedt daar de bodem en 2 zijkanten mee, knip van de rest 2 strookjes die je tegen de andere 2 zijkanten plakt.
 
Biscuit:
Weeg de eieren in de mengkom, heb je meer (of minder) ei pas dan de hoeveelheid meel aan.
Bij 250 gram ei gebruik je 150 gram meel, dat is 30 gram meel per 50 gram ei.
Weegt je ei bv 275 gram, dan neem je 15 gram meel extra. Het luistert niet heel nauw maar als je meer dan 10 gram ei verschil hebt zou ik het meel wel aanpassen.
Mix de eieren los en voeg beetje voor beetje de basterdsuiker toe, mix dan nog ca 15 minuten tot het mengsel als een dik lint van je garde loopt.
Zeef het meel 2x, daar wordt het beslag luchtiger van.
Spatel het meel in 2 delen door het ei-suiker mengsel, NIET mixen want dan gaat alle lucht er uit, rustig spatelen dus tot een klontvrij geheel.
Giet het in de bakvorm en bak de biscuit ca 30 minuten op 175 graden tot de randjes een beetje los komen van de vorm.
Zet de oven uit en laat de biscuit er nog 10 minuten in staan.
Zet de vorm op een rooster en laat een beetje afkoelen.
Stort de biscuit dan op een theedoek en vouw die er om heen, laat zo op een rooster afkoelen.
Bewaar de afgekoelde biscuit in een plastic zak, ik maak deze meestal een dag van te voren.
 
Crème:
Weeg slagroom en melk in een mengbeker.
Mix ¼ van het pakje kloppudding er door tot het de dikte van opgeklopte slagroom heeft.
Laat een kwartiertje opstijven in de koelkast.
Mix de poedersuiker door de roomboter tot het bijna wit van kleur is.
Mix ook de vanille er door.
Schep de pudding bij de botercrème en mix tot het goed gemengd is.
 
Snij de biscuit 1x doormidden, leg de bovenkant op een stuk bakpapier (op een plank oid) en bestrijk met de frambozen jam.
Bestrijk de andere plak met de crème (hou ca 2 eetlepels achter) en leg die op de plak met jam.
Smeer het restje crème over de bovenkant en zet de biscuit ca 2 uur in de koelkast.
 
Snij de biscuit in 18 repen (4 bij 8 cm, randjes vallen af) en zet weer even terug in de koelkast.
 
Strooi wat poedersuiker uit op het aanrecht en kneed de marsepein even door.
Rol de marsepein uit tot 3 mm dikte,
Snij repen marsepein van 8 cm breed.
Zet een reepje biscuit op een reep marsepein en vouw dit er strak omheen zodat het bovenop net over elkaar valt.
Zet de reep met de naad naar beneden op een schoon stuk bakpapier.
Doe dit met alle repen.
Restjes marsepein tussen door weer uitrollen en de repen evt. tussen door weer even in de koeling zetten als de crème te zacht wordt.
 
Smelt de chocolade au bain-marie in een bakje.
 
Snij eventueel de uiteinden van de repen netjes strak af.
Pak een reep in het midden vast en doop de uiteinden in de chocolade, zet (met de naad naar beneden) op bakpapier.
Veeg je vingers tussen door af zodat de marsepein mooi schoon blijft.
Laat de chocolade opstijven en zet ze dan nog een half uurtje in de koelkast.
Bewaar de mergpijpen in een goed afgesloten bak in de koelkast of vries ze per stuk in, in een plastic zakje.





Donuts (12 stuks)
 
Dit recept vind je in mijn receptenboek deel 2.